Resultaten berekenen
Contact

Ontvang onze digitale nieuwsbrief

En blijf automatisch op de hoogte van al het nieuws in marketingland.

Menu
Resultaten berekenen
Contact

De vier marktvormen in de economie

Yoram Roemersma
3 oktober 2019

In dit artikel geven we een toelichting op de vier marktvormen die een economie kent. Er zijn verschillende marktvormen en iedere vorm heeft zo zijn eigen kenmerken en spelregels. Als verantwoordelijke voor een organisatie is het belangrijk te begrijpen in welke vorm de organisatie zich bevindt.

De adviezen die we geven in dit artikel zijn algemeen van aard en volgen uit klassieke economische theorie. We proberen dus een beeld te schetsen en het kan goed zijn dat het in jouw situatie nét even anders in elkaar zit.

De vier marktvormen zijn:

  1. Monopolie (wanneer er slechts één aanbieder actief is op de markt)
  2. Oligopolie (wanneer er slechts enkele aanbieders actief zijn die samen meer dan 80-85% marktaandeel hebben)
  3. Monopolistische concurrentie (wanneer er veel aanbieders actief zijn met een uniek maar makkelijk vervangbaar product)
  4. Volledig vrije mededinging (wanneer er heel veel aanbieders actief zijn met allemaal een klein marktaandeel).

 

Monopolie

Een monopolist kan als doel hebben om:

  • Of zijn omzet te maximaliseren (om maar zoveel mogelijk klanten te trekken)
  • Of ervoor te zorgen dat hij kosten dekt (tegen een zo goedkoop mogelijke prijs verkopen)
  • Of zijn maximale totale winst te behalen (dit is een wat arrogantere houding en hiermee loop je het risico dat concurrenten lucht krijgen van jouw lucratieve handel).

Deze marktvorm komt slechts zelden voor.

Een voorbeeld:

Facebook (en ook Google*) is zoekende naar manieren om zoveel mogelijk klanten te betrekken bij hun netwerken (Facebook, Instagram, WhatsApp, enzovoorts). Een van die methoden is om hun diensten gratis aan te bieden aan gebruikers. Het verdienmodel zit ‘m natuurlijk in de gegevens waarmee je afrekent. Zo kunnen partijen als Facebook en Google meer advertenties verkopen.

*Google, of eigenlijk Alphabet, is onder andere eigenaar van YouTube, Android, Google Maps en talloze andere bedrijven.

Een ander voorbeeld: De overheid is de enige in Nederland die rijbewijzen mag uitgeven. Zij proberen dat kostendekkend te doen, dus tegen een zo laag mogelijke prijs voor de afnemer.

Oligopolie

In deze marktvorm streeft men naar een zo groot mogelijk marktaandeel. Dit gaat bijna altijd ten koste van het marktaandeel van concurrenten.

Deze marktvorm komt regelmatig voor.

Een voorbeeld:

De bankensector in Nederland wordt gedomineerd door drie grote banken; Rabobank, ING en ABN Amro. Samen goed voor ruim 80% van de markt. Deze spelers zijn constant op zoek naar manieren om klanten te winnen van de concurrent en er bijvoorbeeld voor te zorgen dat ‘nieuwe’ Nederlanders (kinderen en immigranten) zo vroeg mogelijk in contact komen met de bank.

Monopolistische concurrentie

In deze marktvorm is het doel producten (of diensten) dusdanig anders te maken ten opzichte van de concurrent dat er een eigen klantenkring wordt opgebouwd, dit wordt productdifferentiatie genoemd. Deze marktvorm komt het meest voor.

Een voorbeeld:

De markt voor spijkerbroeken. Ieder merk dat spijkerbroeken verkoopt (Levi’s, Diesel, G-Star, enzovoorts) verkoopt broeken die in principe net even anders zijn dan de ander. De ene heeft stretch, de andere smalle pijpen, enzovoorts. Het is voor de klant erg eenvoudig om de ene keer te kiezen voor merk X en de andere keer voor merk Y. Daarom proberen dit soort merken met ludieke acties, kortingen en andere marketinginstrumenten ervoor te zorgen dat men de volgende keer weer hetzelfde merk koopt.

Volledige vrije mededinging

Als je je in deze markt begeeft, is het een logisch doel om de productiefactoren optimaal in te zetten. Er geldt namelijk maar één prijs in deze markt: de laagste. Jouw bedrijfsdoelstelling zal dan zijn: de productiehoeveelheid (zoveel producten of diensten) aanpassen tot een punt waarop de winst maximaal is.

Een voorbeeld:

De markt van melk. De prijs die afnemers voor een liter melk wil betalen is een gegeven. Het is aan iedere melkboer uit te rekenen of en hoeveel liters hij kan produceren. Een boer besluit bijvoorbeeld om 1.000 liter te produceren want voor 1 liter extra heeft hij een extra machine nodig voor de opslag ervan. De kosten van zo’n machine wegen niet op tegen de opbrengsten van die ene extra liter.

Nu heb je een beeld van de marktvormen in de economie. Mocht je na het lezen van deze artikelen nog vragen hebben, voel je vrij contact met ons op te nemen.

Je kan altijd even een kwartiertje bellen met een van onze collega's...

Domme vragen bestaan niet.

Plan een gratis call van 15 minuten

Abonneer op toekomstige artikelen